Werkafspraken met zorgaanbieders en woningorganisaties over uitstroom naar zelfstandig wonen

Hieronder volgen de stappen bij uitstroom naar zelfstandig wonen, volgens de werkafspraken die de Achterhoekse gemeenten in 2020 hebben gemaakt. Let op: niet van toepassing bij uitstroom uit Safehouse; deze cliënten kunnen geen gebruik maken van de uitstroomregeling. 

Signalering uitstroomgeschiktheid: Aanbieder en cliënt schatten in dat de cliënt klaar is om uit te stromen en hebben het uitstroomdocument ingevuld (9 tot 12 maanden voor de verwachte uitstroom). Dit wordt toegestuurd aan de consulent Beschermd Wonen (consulent BW). Die checkt of het volledig en akkoord is. De consulent BW stuurt het uitstroomformulier naar de woningcorporatie. Bij Pro Wonen moet de zorgaanbieder contact opnemen met de corporatie. Voor de overige corporaties geldt dat ze contact opnemen met de cliënt.

Beoordeling uitstroomgeschiktheid: De aaanbieder en cliënt plannen 6 maanden voor de verwachte uitstroom een intakegesprek met de woonconsulent van de woningcorporatie. In dit gesprek wordt het uitstroomdocument besproken. Indien alle partijen overtuigd zijn dat de cliënt klaar is voor uitstroom, vult de woningcorporatie samen met de cliënt en zorgaanbieder het zoekprofiel in. De aanbieder meldt bij de consulent BW dat er een positief gesprek heeft plaatsgevonden en deelt relevante informatie.

Zoeken passende woning: Voor het vinden van een geschikte woning bestaan 2 routes:

  1. De ciënt zoekt zelf, aan de hand van een ingevuld zoekprofiel.
  2. De woningcorporatie zoekt voor de cliënt. Er wordt een aanbod gedaan voor een passende huurprijs en binnen het zoekprofiel van de cliënt. Er wordt eenmalig een aanbod gedaan door middel van directe bemiddeling.

Opstellen huur-begeleidingsovereenkomst: Wanneer een passende woning is gevonden, informeert de aanbieder de consulent. Als de cliënt/uitstromer een passende woning heeft gevonden, zijn er 2 mogelijkheden:

  1. De zorgaanbieder huurt de woning op basis van een omklapconstructie voor maximaal 1 jaar.
  2. De cliënt/uitstromer huurt de woning en ondertekent hiervoor een huurovereenkomst. De huurovereenkomst wordt opgesteld tussen de cliënt en woningcorporatie. De begeleidingsovereenkomst wordt opgesteld tussen de cliënt en aanbieder. De huurovereenkomst kan onlosmakelijk verbonden zijn met de begeleidingsovereenkomst voor maximaal 2 jaar. De woonbegeleidingsovereenkomst beschrijft waar partijen terecht kunnen bij escalatie, overlast of wanneer om een andere reden ingrijpen noodzakelijk is. Het heeft de voorkeur dat zowel de huur- als de woonbegeleidingsovereenkomst (gericht op het stuk zelfstandig wonen en de gemaakte afspraken) tussen alle 3 de partijen gedeeld wordt.

Evaluatie: 3 maanden plant de woningcorporatie een evaluatiegesprek met de cliënt/uitstromer en aanbieder. In dit gesprek worden ook verdere afspraken gemaakt voor evaluaties in de toekomst.

Terugval: Bij een terugval vindt er een gesprek plaats met de cliënt/uitstromer, aanbieder, woningcorporatie en zo nodig de betrokken Wmo consulent. Tijdens dit gesprek worden verbeterafspraken gemaakt en ondertekend. In het geval van geen verbetering van de situatie wordt met alle partijen besproken wat het plan kan zijn. Mogelijk kan dit betekenen dat er weer een gesprek met de consulent plaatsvindt voor het eventueel opnieuw beschermd te gaan wonen.

Terug naar inhoudsopgave van het handboek
Naar boven